woensdag 9 mei 2007
Taakverdeling komende week
Wat voor kleuren horen er bij de verschillende gezichtsuitdrukkingen? 6 moodboards maken (voor elke gezichtsuitdrukking 1)
Bas:
Hoe zien de emoties naast kleur eruit? Geur? Warmte? Subliminaal?
Laurens:
Onderzoek naar de gezichtsuitdrukkingen samen met Pepijn. Welke onderdelen van het gezicht worden wanneer gebruikt?
Pepijn:
Zijn de gezichtsuitdrukkingen te meten? Is dit technisch haalbaar?
Fenna:
Concept verder uittypen, projectplan aanpassen, onderzoek en strategie enigzins uittypen. Wat willen we voor beleving creeeren?
dinsdag 8 mei 2007
Westerse interpretatie van Karma (engels)
According to karma, performing positive actions results in a good condition in one's experience, whereas a negative action results in a bad effect. The effects may be seen immediately or delayed. Delay can be until later in the present life or in the next. Thus, meritorious acts may mean rebirth into a higher station, such as a superior human or a godlike being, while evil acts result in rebirth as a human living in less desirable circumstances, or as a lower animal. Some observers have compared the action of karma to Western notions of sin and judgment by God or gods, while others understand karma as an inherent principle of the universe without the intervention of any supernatural Being. In Hinduism, God does play a role and is seen as a dispenser of karma; see Karma in Hinduism for more details. The latter understanding, without intervention is the view of Buddhism and Jainism.
Most teachings say that for common mortals, being involved with karma is an unavoidable part of daily living. However, in light of the Hindu philosophical school of Vedanta, as well as Gautama Buddha's teachings, one is advised to either avoid, control or become mindful of the effects of desires and aversions as a way to moderate or change one's karma (or, more accurately, one's karmic results or destiny).
Some people have problems with the Buddha's teaching on karma. The teaching goes that,
First, action really is happening — it is not an illusion.
Second, the doer is responsible for their actions. There is no outside force like the stars or some good or evil being acting through them. One is responsible for their own choice.
Third, one's actions have results — they are not just writing on the water — and those results can be good or bad depending on the quality of the intention behind the act.
Spiritism
Main article: Spiritist doctrine
In Spiritism, karma known as "the law of cause and effect", plays a central role in determining how one's life needs to be. Spirits are encouraged to choose how (and when) to suffer retribution for the wrong they did in previous lives. Disabilities, physical or mental impairment or even an unlucky life are due to the choices a spirit makes before incarnating (that is, before being born to a new life).
What sets Spiritism apart from the more traditional religious views is that it understands karma as a condition inherent to the spirit, whether incarnated or not: the consequences of the crimes committed by the spirit last beyond the physical life and cause him (moral) pain in the afterlife. The choice of a life of hardships is, therefore, a way to get rid of the pain caused by moral guilt and to perfect qualities that are necessary for the spirit to progress to a higher form.
Because Spiritism always accepted the plurality of inhabited worlds, its concept of karma became considerably complex. There are worlds that are "primitive" (in the sense that they are home to spirits newly born and still very low on intellect and morals) and a succession of more and more advanced worlds to where spirits move as they are elevated. A spirit may choose to be born on a world inferior to his own as a penance or as a mission.
New Age and Theosophy
The idea of karma was popularized in the Western world through the work of the Theosophical Society. Kardecist and Western New Age reinterpretations of karma frequently cast it as a sort of luck associated with virtue: if one does good or spiritually valuable acts, one deserves and can expect good luck; conversely, if one does harmful things, one can expect bad luck or unfortunate happenings. In this conception, karma is affiliated with the Neopagan law of return or Threefold Law, the idea that the beneficial or harmful effects one has on the world will return to oneself. Colloquially this may be summed up as 'what goes around comes around.'
There is also the metaphysical idea that, because karma is a force of nature and not a sentient creature capable of making value judgments, karma isn't about good and evil deeds, because applying those labels would be judgmental, but that it is about positive and negative energy, where negative energy can include things not seen as "being bad" like sadness and fear, and positive energy can be caused by being creative and solving problems as well as by exuding love and doing virtuous acts.[citation needed]It is referred to as "omniverse karma" or "omni-karma"[citation needed] because it requires the existence of an omniverse, that space that contains all possible universes. The omniverse idea includes concepts such as souls, psychic energy, synchronicity (a concept originally from psychoanalyst Carl Jung, which says that things that happen at the same time are related), and ideas from quantum or theoretical physics.
http://en.wikipedia.org/wiki/Karma#Western_interpretation
De "Roos van Leary"-test
Leary heeft in 1957 een model ontworpen waarmee relaties tussen mensen in kaart gebracht kunnen worden: de zogenaamde "Roos van Leary". Dit model kan behulpzaam zijn voor het verkrijgen van meer zicht op het betrekkingsniveau.
Uit veel onderzoeken in de sociale wetenschappen naar menselijke relaties komen telkens twee hoofddimensies naar voren:1. een dimensie rond controle, invloed en dominantie;2. een dimensie rond intimiteit en affectie.
Dat wil zeggen, wanneer mensen met elkaar omgaan, speelt er enerzijds steeds iets van macht en invloed of het ontbreken daarvan en anderzijds iets van persoonlijke afstand of nabijheid.
De eerste dimensie betreft de mate waarin mensen invloed op elkaar uitoefenen. Aan het ene uiterste van deze dimensie vinden we "veel invloed" (macht, overheersing, dominantie en dergelijke), aan het andere uiterste "weinig invloed" (volgzaamheid, onderwerping en dergelijke). De invloedsverdeling tussen gesprekspartners kan dan ook verschillende vormen aannnemen. Wanneer de invloedsverdeling gelijk is, spreken we van een symmetrische relatie. Wanneer ze ongelijk is van een complementaire relatie.
De tweede dimensie betreft de vraag naar hoe persoonlijk of afstandelijk de betrokkenen met elkaar omgaan. Op deze dimensie gaat het meer om vragen van samenwerking of tegenwerking, sympathie of antipathie, affectie of afwijzing en alle varianten hiertussen. Aan het ene uiterste van de samenwerkingskant plaatsen we coöperatieve gedragingen als ondersteunen, helpen en assisteren; aan het andere uiterste allerlei gedragingen die juist afstand scheppen en tegenwerking impliceren.
Gaat de eerstgenoemde dimensie over de thematiek "boven of onder", de tweede dimensie gaat over "dichtbij of veraf" ofwel "samen of tegen". Leary heeft zijn model gebaseerd op deze twee dimensies: de "boven-onder" dimensie tekent hij verticaal, de "tegen-samen" dimensie horizontaal. (Zie figuur a). Met dit model kunnen we symmetrische en complementaire interacties beter aangeven. In principe zijn heel wat symmetrische en complementaire interacties denkbaar. Telkens wanneer gedrag uit een bepaalde sector, zeg leidend gedrag of agressief gedrag, beantwoord wordt met gelijksoortig gedrag, dus met eveneens leidend of agressief gedrag, is dit een symmetrische interactie. Telkens wanneer gedrag uit een bepaalde sector, bijvoorbeeld weer leidend of agressief gedrag, beantwoord wordt met gedrag uit de tegenoverliggende sector in de andere cirkelhelft, dus met afhankelijk of met opstandig gedrag, is dit een complementaire interactie. Op grond hiervan zijn de complementaire interacties uit figuur b mogelijk.
Uit onderzoek is gebleken dat de volgende complementaire patronen veruit het meest voorkomen in groepen: - leidend-afhankelijk, en omgekeerd: afhankelijk-leidend;- helpend-meewerkend, en omgekeerd: meewerkend-helpend;- competitief-agressief, en omgekeerd: agressief-competitief.
Wat bertreft symmetrie komen de volgende patronen in groepen het meest voor: - meewerkend-meewerkend ("samen"-"samen");- afhankelijk-afhankelijk ("samen"-"samen");- agressief-agressief ("tegen"-"tegen");- competitief-competitief ("tegen"-"tegen").
Met andere woorden: "samen"-gedrag van de één wordt meestal beantwoord met "samen"-gedrag van de ander. "Tegen"-gedrag van de één roept meestal nieuw "tegen"-gedrag op.
maandag 7 mei 2007
Onderzoeksvragen + onderzoek Individualisering, Pepijn
- Wat is individualisering?
“Individualisering is het proces waardoor mensen zelfbewuster en meer als individu in plaats van als groep in de samenleving komen te staan. Dit proces is met de industrialisatie op gang gekomen en tegenwoordig wordt de Westerse wereld als geïndividualiseerde wereld gezien. Je zal zelf meer denken dan de groep laten denken.” – Wikipedia
Individualisering is een historisch, sociaal en cultureel proces dat al sinds eeuwen in de westerse samenleving werkzaam en nog altijd gaande is. Er bestaat een neiging om ieder teken van verminderende sociale cohesie te beschouwen als een bewijs van toenemende individualisering. Mensen zouden zich steeds minder van elkaar aantrekken en zich niet meer voor het lot en het leed van anderen interesseren.Door de sociale wetenschappen wordt individualisering niet per se als een ongewenst proces of als een bron van voortdurende zorg beschouwd. Ze is bovendien zo alom aanwezig en zozeer verbonden met de manier waarop mensen leven en oordelen, dat een niet-gendividualiseerde vorm van bestaan voor de meeste mensen niet eens denkbaar zou zijn, laat staan dat die hen gelukkig zou maken.Individualisering is op zich niet een goede of een slechte ontwikkeling. In eerste instantie is ook niet de morele beoordeling ervan interessant, maar de empirische verkenning van wat op de verschillende gebieden van het samenleven onder die noemer schuilgaat.
- Wat zijn de gevolgen van individualisering? (is dit positief of negatief?)
De gevolgen van individualisering zijn niet zwart-wit. Ze zijn niet uitsluitend positief of negatief, en vaak ook niet precies aan te wijzen. Het is een groeiproces dat al heel lang aan de gang is, en steeds verder gaat. Een mooi voorbeeld van individualisatie is de emancipatie van de vrouw. Dit proces is al erg lang bezig, en nog lang niet worden vrouwen overal gelijk als mannen behandeld. De emancipatie zelf is dus een voorbeeld van individualisatie. De gevolgen hiervan kennen we allemaal, en naar mijn mening zijn die erg positief.
Een ander voorbeeld dat goed laat zien hoe lang individualisering al gaande is, is de verandering in sociale mobiliteit. Sociale mobiliteit is de mogelijkheid voor een individu, familie of groep mensen om een maatschappelijk hogere positie te bereiken. Voor de Franse Revolutie was het voor veel mensen onmogelijk om een hogere positie te bereiken, omdat men in een standenmaatschappij leefde. Werd je geboren in een lage stand, dan bleef je daar. Je kon niet zomaar hogerop komen. Tegenwoordig is dat natuurlijk heel anders met het huidige onderwijs. De mate van onderwijs is bepalend voor je maatschappelijke carrière, niet de geboorte in een stand. Wil je een goede baan, dan zul je daar dus zelf hard voor moeten werken.
Mensen vinden het altijd fijn om het positieve te laten overrompelen door het negatieve. Men ziet eerder de negatieve gevolgen dan de positieve. Een negatief gevolg kan ik je zo geven: Ik zou niet weten hoe de mensen in mijn straat heten. Een positief gevolg? Door de individualisering is men vrij om te gaan en staan waar men wil. Men kan voor steeds een andere groep kiezen om toe te behoren, waar men zich op dat moment (in de levensfase) of op ogenblik (van de dag) fijn bij voelt.
Als we gaan kijken naar de gevolgen in de (nieuwe) media, dan kennen we de gevolgen ook. Internet wordt steeds belangrijker, haast iedere commercial op de tv geeft een website waar de kijker naderhand meer informatie kan vinden/verder gehersenspoeld wordt. Reclames worden steeds vaker een beleving waarbij de gebruiker centraal staat. De klant is nog meer koning dan dat ie ooit is geweest.
- Wat is de toekomst van individualisering?
Geen antwoord op te geven.
- Wat heeft wonen met individualisering te maken?
Nederland telt bijna 16 miljoen inwoners, wat betekent dat de Nederlandse samenleving bijna 16 miljoen individuen omvat. Vergeleken met vorige generaties zijn ze steeds minder geneigd en genoodzaakt in grote eenheden met elkaar te leven. Tussen 1960 en 2000 steeg het aantal inwoners met 40%, maar het aantal huishoudens verdubbelde, van iets meer dan 3 miljoen tot bijna 7 miljoen. Het aantal leden per huishouding is in die tijd gedaald van bijna 3,6 tot minder dan 2,3. Op dit moment wordt ruim één op de drie huishoudens gevormd door een alleenstaande, terwijl dat in 1960 nog voor één op de acht huishoudens gold.
Deze cijfers laten ook zien dat het kindertal per gezin sterk gedaald is de laatste tijd. Daarnaast gaan gaat men tegenwoordig meer dan vroeger sneller uit huis, en vaak ook nog als vrijgezel. Wie wel gaat samenwonen gaat vaak nog niet meteen het huwelijksbootje in. Later komt het daar meestal wel van, maar dit uitstel is te zien als uitdrukking van een streven naar een langer behoud van eigen identiteit en een grotere persoonlijke autonomie in de vormgeving van het eigen leven. Ook in een relatie wordt individualisering zo steeds meer voelbaar en zichtbaar: men wordt partner van elkaar en heeft een relatie met elkaar. Dat is iets anders dan samen een echtpaar worden. Het blijven gebruiken van de meisjesnaam in het huwelijk symboliseert voor veel vrouwen hun zelfstandigheid: maatschappelijk en persoonlijk. De verkleining van de huishoudens komt ook door het toegenomen aantal echtscheidingen. Daardoor ontstaan meestal twee huishoudens.
Dit bovenste komt voort uit een onderzoek van het SCP. Het zijn feiten die we niet zozeer merken. We merken eerder dat onze buren vreemden voor ons worden.
Onderzoek Fenna (wordt nog aangevuld)
- Op welke aspecten kun je gedrag beïnvloeden?
Andere belangrijke punten die Tertoolen noemt:
- Om een attitude te veranderen kun je gebruik maken van coginitieve dissonantie (zie ook sheets van attitude en gedrag van Roos Boink).
- Koppel het gewenste gedrag aan alles wat hij/zij fijn, lekker en prettig vindt.
- Meer dan de helft van alle menselijke beslissingen wordt op grond van emoties gemaakt.
- De mens is een sociaal wezen, verblijft vrijwel constant in het bijzijn van soortgenoten en laat zich ook in ruime mate door hen beïnvloeden.
Gedrag wordt gestuurd door:
- Motivatie (probleem + (verwachte) oplossing
- Context: tijd en ruimte
- Kennis: ervaring en vaardigheden
- Houding: bijvoorbeeld gadgetfreak versus technofoob
Maar vooral: continu wisselende combinatie hiervan
Theorie van Fishbein en Azjen
Voordat gedrag wordt gevormd spelen een aantal aspecten een rol:
- Voorafgaand gedrag
- Attitude
- Sociale norm
- Eigen effectiviteit
- Factoren hierboven bepalen samen of iemand de intensie heeft bepaald gedrag te vertonen.
- Vaardigheden en barrières kunnen dit gedrag nog in de weg zitten
Verder kan ik veel informatie over het Elaboration Likelyhood Model gaan typen, maar dit heeft vooral met het beïnvloeden van gedrag op het gebied van communicatie te maken. Wij willen natuurlijk ook gaan communiceren met onze gebruiker met onze installatie, maar op een andere manier.
Ook geur kan gedrag beïnvloeden zoals dit artikel beschrijft:
http://mihai.punt.nl/index.php?r=1&id=328012&tbl_archief=0
Geuren kunnen onbewust ons gedrag beïnvloeden. Denk ook eens aan het ventilatiesysteem bij de ingang van de Albert Heijn, waarbij je de verse broodjes van de bakkerijafdeling ruikt.
Rob Holland, Merel Hendricks, and Henk Aarts hebben testen gedaan om te kijken of geur gedrag kan beinvloeden. Dit hebben ze gedaan met citroengeur. Er werden woorden laten zien op een beeldscherm met woorden die te maken hadden met schoonmaak en woorden die niets te maken hadden met schoonmaak. De reactietijd was veel sneller in het herkennen van schoonmaakwoorden als er een schoonmaakmiddelgeur (die citroengeur) aanwezig was. Ze hebben ook andere testen gedaan, zie daarvoor het artikel.
